Op zoek naar een volle leegte – Hans Theys

Hans Theys

Op zoek naar een volle leegte
Over het werk van Marnik Neven

Marnik Neven (1977), van opleiding fotograaf, benut de nauwgezetheid die met dit beroep gepaard gaat voor de ontwikkeling van een praktijk die deze nauwgezetheid zowel viert als te kijk zet. Aanvankelijk maakte hij voornamelijk tekeningen, ook al beweert hij van zichzelf niet te kunnen tekenen. Eerst maakte hij krassen in negatieven, nadien ging hij ging voor een blanco vel zitten en zag hij hoe de ene lijn de andere voortbracht en tot figuratieve tekeningen leidde. Ook kleefde hij A4-vellen op aanplakzuilen, maakte hij papieren vogelnesten en deelde hij ooit, bij wijze van performance, papieren bloemen uit aan de bezoekers van een tentoonstelling in Ruimte Morguen. Uit deze handelingen zijn echter meer minimale projecten voortgekomen, waarvan we er hier drie bespreken. Het derde wordt in de lente van 2014 getoond in het Hasseltse CIAP.

In Nevens atelier vind je een bureaulamp en een koffietafeltje die met gevonden latjes gebouwd zijn. Voor het eerste project dat we hier bespreken, had hij met lijmtangen, latjes, wieltjes en een lang papieren lint met papieren aanhangsel een soort van filmlus gecreëerd die door de wieltjes werd aangedreven en boven de hoofden van de bezoekers ronddraaide in zijn atelier. Eerst trok het draaiende lint, via het aanhangsel, een treintje voort dat over de vloer sukkelde, maar na een plotselinge ingeving werd het treintje verwijderd en bande Neven een soort van anekdotiek uit zijn werk, die hem ook al in zijn tekeningen was gaan storen. Zo kwam hij tot twee projecten die hem nauw aan het hart liggen.

Voor het eerste avontuur heeft hij besloten elke dag een kopie te maken van een kleine papieren kubus, die zelf een kopie is van de kubus die hij de vorige dag maakte enzovoort. Op de dag dat ik hem spreek heeft hij zijn 247ste kopie gemaakt. Onnodig te zeggen dat dit vormpje geen nauwkeurige kubus meer is en al niet meer lijkt op nummer 1. Toch verloopt de ontwikkeling heel geleidelijk, omdat Neven de kubussen zo precies mogelijk namaakt. Zonder het te willen, treden er echter minuscule foutjes op, zodat er een ontwikkeling ontstaat die ons aan het opbouwwerk van de evolutieleer doet denken, maar tegelijk aan de erosie die onvermijdelijk aan alles knaagt. De schoonheid van deze praktijk, vind ik, berust in het vasthouden aan structuren en procedures, terwijl geweten is dat het einddoel onvoorstelbaar is en steeds organischer zal worden. In een gesprek met Ernesto Sabato vertelt Jorge Luis Borges dat elk kunstwerk dat volledig aan de bedoeling van zijn maker beantwoordt, mislukt is. Hier zien we hoe iemand een nauwgezette manier van handelen in het leven heeft geroepen die deze uitspraak op een grappige, maar verfijnde manier bevestigt. Neven vertelt dat wat voor hem primeert ‘de handeling is, het doen’. ‘Het kopiëren van de kubussen zal stoppen,’ vervolgt hij, ‘als ik geen volume meer kan maken… Tegen dit tempo zal dat wel nog een tijdje duren.’ Aan de muren hangen de genummerde negatieve vormen van de zorgvuldig uitgesneden kubusjes: ze doen denken aan het grondvlak van een kerk.Voor een tentoonstelling creëerde Neven een setting om de kubusjes te maken: een stoel, twee schragen, een grijs tafelblad, een snijvlak, een smalle cutter, een pot met lijm, een lat, potlood en papier.

Voor het tweede avontuur dat we hier bespreken, creëerde hij een gelijksoortig ‘werkstation’. Deze keer bestaat het doel erin een cirkeltje op een A4-blad zo nauwkeurig mogelijk te kopiëren op een tweede blad. Naast een tekentafel bevindt er zich ook een lichtbak om het werkresultaat te kunnen vergelijken met het origineel. ‘Als ik ooit een perfecte kopie maak,’ vertelt Neven, ‘dan stop ik ermee.’ Voor de tentoonstelling in CIAP zal hij op afgesproken tijden komen kopiëren, zodat de toeschouwers hem aan het werk kunnen zien. Elke kopie is genummerd. Sommige kopieën worden ingelijst, bovenop een machinale kopie van het eerste cirkeltje, zodat we dankzij het doorschijnende papier de geslaagdheid van de handmatige kopie kunnen bewonderen.

Neven toont mij nog andere werken, waaronder een met witte verf beschilderd schildersdoekje, waaruit in het midden een rechthoek werd gesneden en ondersteboven weer werd ingelast, zodat er bijna onmerkbaar een omkering van de verfstroken optreedt. Mooi minimaal werk, maar technisch nog niet helemaal opgelost. Nu worden de kieren nog gedicht met was en pigment, maar eigenlijk zou Neven de doekjes professioneel willen laten restaureren, zodat de ingreep vrijwel onzichtbaar wordt.

‘Mijn werk wordt schijnbaar steeds leger,’ vertelt hij, maar op de achtergrond van een filmpje waarin je hem een kubusje ziet snijden, hoor je kinderstemmen. ‘Ik heb werk,’ vertelt hij ook, ‘zodat ik niet afhankelijk ben van mijn werkzaamheden als kunstenaar. Werk hebben en vader zijn, maken deel uit van het hele pakket van het kunstenaar-zijn, voor mij. Alleen zo vind ik de vrijheid die ik nodig heb om bijna-lege dingen te maken en mij te verlossen van een beeldcultuur die mij is bijgebracht als fotograaf.’

Montagne de Miel, 8 maart 2014